Terug naar projecten overzicht

Pyxiscollege - Lanaken

D1929
Expertises Architectuur Masterplanning Sector Onderwijs Ligging Lanaken

Met de realisatie van de nieuwe campus voor het Pyxiscollege in Lanaken worden drie verspreide schoolvestigingen samengebracht tot één hedendaagse omgeving voor secundair onderwijs. Het project maakt deel uit van een DBFM-opdracht binnen het consortium Aurora en wordt ontwikkeld in samenwerking met OM/AR architecten.

Parkcampus als verbindend landschap

De ontwerpvisie vertrekt vanuit het idee van een parkcampus: een groene leeromgeving waarin de bebouwing te gast is in het landschap. Waar de site voordien sterk versteend was, transformeren we nu het terrein tot een open en doorwaadbare campus met een uitgesproken landschappelijk karakter. In plaats van één monolithisch schoolgebouw werd gekozen voor twee compacte volumes voor middenschool en bovenbouw, die haaks op de straat staan. De gebouwen worden strategisch ingeplant zodat het achterliggende park als het ware doorheen de campus wordt getrokken. Zo creëerden we een natuurlijke verbinding tussen de verschillende onderwijsgebouwen en buitenruimtes.

Tussen deze volumes bevindt zich een verbindend gebouw dat het kloppend hart van de campus vormt. Hier bevinden zich onder meer het atrium, de refter en centrale ontmoetingsruimtes- uiterst geschikt voor breed gebruik. Deze configuratie creëert een duidelijke structuur, versterkt de relatie met het landschap en zorgt voor een sterke visuele en fysieke ontsluiting van de site.

Heldere circulatie en autoluwe campus

Een belangrijk uitgangspunt in het ontwerp is de duidelijke organisatie van circulatiestromen. Om een veilige en aangename leeromgeving te garanderen, werd sterk ingezet op een autoluwe campus waarbij voetgangers en fietsers prioriteit krijgen.

Zacht verkeer heeft eigen toegangen die aansluiten op het lokale trage wegennetwerk. De fietsenstallingen bevinden zich strategisch aan de rand van de campus, zodat er geen kruisende bewegingen ontstaan met leerlingen op de speelplaatsen. Het gemotoriseerd verkeer wordt gebundeld aan de bestaande parking aan de zuidwestzijde van het terrein, waar ook de Kiss & Ride-zone is voorzien.

Voor logistiek verkeer werd een volledig afzonderlijk circuit ontworpen. Deze expeditiezone bevindt zich aan de oostzijde van de campus en blijft visueel en functioneel gescheiden van de speelplaatsen en de hoofdingang.

De gebouwen zelf begeleiden eveneens de interne routing. Het centrale campusgebouw fungeert als verdeelpunt van waaruit leerlingen zich verspreiden naar de verschillende onderwijsclusters.

Compacte architectuur met maximale open ruimte

De architectuur van het Pyxiscollege vertrekt vanuit een streven naar compacte en efficiënte gebouwen. Door functies rationeel te stapelen en de klaslokalen compact te organiseren, werd de footprint van de gebouwen bewust beperkt en ruimte maximaal vrijgehouden voor groen en buitengebruik. De klaslokalen zijn met hun korte zijde aan de gevel geschakeld, wat resulteert in een gunstige verhouding tussen gevel- en vloeroppervlakte. Strategisch geplaatste patio’s brengen daglicht diep in het gebouw en zorgen voor visuele relaties tussen verschillende leerplekken.

Ook intern worden de circulatieruimtes actief ingezet. In plaats van louter functionele gangen worden deze zones ontworpen als open leer- en ontmoetingsplekken waar leerlingen individueel of in groep kunnen werken. Hierdoor wordt elke vierkante meter van het gebouw optimaal benut en ontstaat er extra ruimtelijkheid binnen de compacte structuur.

Deze aanpak maakt het mogelijk om een aanzienlijk deel van de site als niet-bebouwde groene ruimte te behouden, wat essentieel is voor het concept van de parkcampus.

Flexibele leeromgeving

Het schoolgebouw is opgevat als een adaptief bouwsysteem dat kan inspelen op evoluerende onderwijsvisies. De permanente draagstructuur: een robuust betonnen skelet met kolommen en balken op een rationeel grid, vormt een duurzaam casco waarop verschillende indelingen mogelijk blijven. Binnen deze structuur worden lichte scheidingswanden toegepast, waardoor lokalen eenvoudig kunnen worden aangepast, samengevoegd of opengewerkt naar de circulatieruimte. Ook de gevel volgt een modulair systeem met een ritmische raamindeling, waardoor toekomstige aanpassingen mogelijk blijven zonder de draagstructuur te wijzigen.

Deze strategie resulteert in een gebouw dat generaties lang kan evolueren zonder ingrijpende verbouwingen.

Clusters en open leercentra

De schaal van de campus wordt beheersbaar gehouden door het programma op te delen in overzichtelijke clusters. Elke cluster heeft een duidelijke identiteit en is rechtstreeks bereikbaar vanuit de centrale circulatiekern.

De interne structuur van zo’n cluster bestaat uit twee zones met afsluitbare instructielokalen die rug aan rug zijn georganiseerd. Daartussen bevindt zich een brede middenzone die niet wordt ingericht als klassieke gang, maar als een open leercentrum (OLC) met polyvalente werkplekken en ontmoetingsruimtes. Zo ondersteunt de architectuur uiteenlopende werkvormen: klassikale instructie, groepswerk, zelfstandig leren en informele ontmoetingen. De zones worden bovendien gekoppeld aan patio’s en vide’s om natuurlijk daglicht tot diep in het gebouw toe te laten.

Stedenbouwkundige integratie

De campus fungeert als een groene toegangspoort tot Lanaken. Door de volumes haaks op de straat te plaatsen ontstaat een open zichtas richting het achterliggende natuurgebied. De bestaande topografie van het terrein met een hoogteverschil van ongeveer vier meter wordt gebruikt om verschillende functies natuurlijk in het landschap te integreren.

De speelplaatsen en het amfitheater van de middenschool liggen deels verzonken in het terrein, wat zorgt voor een geborgen karakter en akoestische rust. Aan de straatzijde vormt een groene berm een buffer tussen de campus en de publieke ruimte.

De gebouwen krijgen een gevelafwerking in geprofileerde metalen bekleding in een zachte groentint, gecombineerd met een robuuste betonnen plint. Deze materialisatie sluit aan bij de schaal van de nabijgelegen sportinfrastructuur en vormt tegelijk een hedendaagse tegenhanger van de traditionele bebouwing in de omgeving.

Duurzame en energiezuinige technieken

Duurzaamheid speelt een centrale rol in het ontwerp van de campus. Het gebouw wordt uitgerust met een Koude-Warmte Opslag (KWO) in de bodem in combinatie met warmtepompen, wat zorgt voor energiezuinige verwarming en koeling.

In de klaslokalen worden klimaatplafonds toegepast die verwarming, koeling en verlichting integreren en zorgen voor een comfortabel binnenklimaat zonder tocht. Ventilatiesystemen met warmterecuperatie garanderen een continue aanvoer van verse lucht.

Een uitgebreid veld van zonnepanelen op het dak voorziet in een groot deel van de elektriciteitsbehoefte van de campus. Alle installaties worden centraal beheerd via een intelligent gebouwbeheersysteem dat automatisch reageert op CO₂-niveaus, temperatuur en aanwezigheid.

Circulair en robuust bouwen

Het ontwerp zet sterk in op circulair bouwen en toekomstbestendigheid. De gebouwen zijn opgevat als een modulaire structuur waarin permanente en aanpasbare lagen duidelijk van elkaar worden gescheiden. Hierdoor kunnen ruimtes in de toekomst eenvoudig worden aangepast zonder structurele ingrepen.

Er werd gekozen voor robuuste en duurzame materialen die intensief gebruik aankunnen en mooi verouderen, zoals zichtbeton, geprofileerde aluminium gevelbekleding en houten accenten in het interieur.

Ook op het vlak van waterbeheer wordt duurzaam gewerkt: regenwater wordt hergebruikt waar mogelijk en geïnfiltreerd via wadi’s en waterdoorlatende verhardingen.

Het resultaat is een schoolgebouw dat niet alleen energiezuinig is, maar ook langdurig relevant en aanpasbaar blijft binnen een veranderende onderwijscontext.