LOST COMPETITION
Met onze kandidatuur voor Bouwcampus 2.0 te Diepenbeek eindigden we op de 2de plaats, maar we blijven trots op het ontwerp dat we met ons bouwteam hebben uitgewerkt.
Met een sterke focus op duurzaamheid, innovatie en circulariteit ontwierpen we een toekomstgericht ‘living lab’ waar flexibiliteit en hergebruik centraal staan. Een campus die zich aanpast aan veranderende noden en bijdraagt aan een circulaire bouwsector.
Opdrachtgever:
Provincie Limburg
POM Limburg
Bouwteam:
dbv architecten
RAU architects
Stadsbader
Arcadis
Veolia
Buro Landschap
beelden exterieur: Joris Bourgeois
Duurzaamheid en Innovatie / Future-Proof
dbv architecten heeft in samenwerking met RAU architects, BuroLandschap, aannemer Stadsbader, Arcadis als duurzaamheids- en technieken consultant en Veolia (onderhoudspartner) deelgenomen aan de wedstrijd voor de bouw van de nieuwe bouwcampus voor POM Limburg. Het nieuwe campusgebouw is bedoeld voor onderzoeksfaciliteiten van Universiteit Hasselt, PXL Diepenbeek, alsook kantoren voor onder andere Embuild, UCLL, Inter, ...
Het voornaamste uitgangspunt voor de wedstrijd was het realiseren van een toonaangevend project op vlak van duurzaamheid en innovatie, waarbij er niet alleen naar bestaande oplossingen gekeken wordt, maar ook echt nagedacht over materialen, bouwsystemen, technieken en business-modellen die niet alleen toekomstige gebouwen, maar ook de bouwsector in zijn geheel future-proof kunnen maken.
Na het doorlopen van de wedstrijdprocedure werd de opdracht gegund aan het bouwteam ‘Bouwcampus nxt’. Ondanks dat we de opdracht niet hebben binnengehaald, zijn we fier op onze kandidatuur en willen we het bij deze dan ook graag delen. Veel succes alvast aan POM Limburg en het winnende bouwteam met de verdere realisatie van dit project!
Weelderig landschap
De bouwcampus, gelegen te midden van het schilderachtige landschap tussen Diepenbeek en Hasselt, is gezegend met een natuurlijk gebied van onschatbare waarde. Hier, waar water een centrale rol speelt in het landschap, vangen wij de essentie van de omgeving en laten deze dienen als leidraad voor ons concept. Ons groenontwerp is doordrongen van dit principe en evolueert tot een buitengewoon gelaagd concept waarin functionaliteit hand in hand gaat met de bevordering van natuur, milieu en biodiversiteit.
In ons streven naar duurzaamheid en een verantwoord ontwerp, leggen wij een aanzienlijke nadruk op circulariteit in de gebruikte materialen. Het is onze overtuiging dat de keuze voor circulaire materialen niet alleen de ecologische voetafdruk verkleint, maar tevens een krachtige boodschap uitdraagt over het belang van een verantwoordelijke benadering van onze omgeving. Ons groenconcept is meer dan alleen een verzameling van esthetische elementen; het is een levend systeem dat doordrongen is van intelligentie en innovatie. De gelaagdheid van het ontwerp wordt weerspiegeld in de diverse functies die de groene omgeving zal vervullen. Van ontspanningsruimtes tot educatieve zones, van ecologische corridors tot innovatieve wateropvangsystemen, ons ontwerp strekt zich uit tot ver voorbij de traditionele invulling van groen.
Het gebouw is opgevat als een los element in een natuurlijke omgeving, dat samen met de andere losstaande gebouwen een cluster vormt. Deze manier van inplanten zorgt ervoor dat het natuurlijk landschap vrij doorheen de campus kan meanderen, waardoor een contrast ontstaat tussen de rationele structuren van de gebouwen en het organische van de natuur. Op deze manier vormt de natuur een integraal aspect van de campus-ervaring.
living lab
Van het bouwsysteem tot het gevelontwerp: het hele gebouw fungeert als een levend laboratorium. Dankzij volledige demontage, modulariteit en duurzaam materiaalgebruik voldoet het aan alle criteria van een 100% circulair bouwwerk. Prefab elementen en droge montage maken het mogelijk om gebouwelementen op een "eenvoudige" manier te modificeren en te demonteren. Bouwcampus 2.0 belichaamt de drie basisprincipes van Inspiratie, Samenwerking en Onderzoek en Ontwikkeling door middel van tastbare experimenten en tentoonstellingen in het gebouw zelf.
Bovendien is er aandacht besteed aan de mogelijkheid voor het gebouw om zich dynamisch aan te passen gedurende de gehele gebruiksperiode, zowel in hoogte als in breedte. Hierbij wordt rekening gehouden met veranderende behoeften van toekomstige huurders of functies, de verschillende levensduren van het gebouw en externe factoren zoals wijzigingen in regelgeving, locatie-aspecten en klimaatverandering.
Om de circulaire gedachte binnen de gehele supply chain te bevorderen, is het cruciaal om elke schakel verantwoordelijkheid te laten nemen. Door leveranciers te verplichten om hun producten terug te nemen, worden ze aangemoedigd om circulair te ontwikkelen.
Onze behoeften en identiteit zijn tijdelijk van aard. Antwoorden op deze behoeften, of het nu producten of gebouwen zijn, zijn ook slechts tijdelijk. De frequentie van verandering is de afgelopen decennia echter dermate toegenomen dat onze behoeften evolueren voordat de levenscyclus van producten eindigt. De smartphone dient hierbij als een treffend voorbeeld.
Ondertussen blijven we deze producten echter vervaardigen met grondstoffen die eindig zijn. Dit roept belangrijke vragen op voor de toekomst. Hoe kunnen we blijven voldoen aan toekomstige behoeften met de beperkte grondstoffen die momenteel beschikbaar zijn? Dit bereiken we door niet langer traditioneel te bouwen, maar eerder door materialen tijdelijk te deponeren en ze georganiseerd en doordacht te integreren in de vorm van een gebouw. Het resultaat is eerder een depot dan een project, waarbij alles vanaf het begin doordacht wordt in een voorwaartse beweging, om verrassingen te voorkomen. In plaats van een project is het een product, gebouwd als een auto, gepersonaliseerd als een smartphone, beheerd als een rentmeester en gefaciliteerd als een accountant.
Hart van de campus
Het hart van het gebouw, en bij uitbreiding van de campus, is de centrale ontmoetingsruimte. Deze vormt de spil waar rondt alles draait en die alles met elkaar verbindt.
Op campusniveau leiden de verbindingen met Embuild en het Beton Applicatie Centrum, maar ook met het parkeergebouw, de fietsenstalling en een toekomstige verdere uitbreiding, naar dit centraal plein dat binnen met buiten verbindt. Voor bezoekers die met het openbaar vervoer komen vormt dit vanuit de zuidelijke toegangspoort de eerste indruk van de bouwcampus. Vanuit het onthaal kunnen zij via de centrale zittrap naar de polyvalente ruimtes, flexwerkplekken, de grote aula of naar één van de kernen.
Het concept waarbij de kernen het bouwvolume als het ware afsluiten op de kopse kanten zorgt ervoor dat het gehele plan ertussen volledig open is en vrij ingevuld kan worden. Alle verticale circulatie kan gebeuren via deze twee kernen, die beiden voorzien zijn van een trap en een personenlift, waarbij de kern aan de rechterzijde voorzien is van een goederenlift die de verschillende niveaus bedient, of via de centrale atriumtrap. Aangezien het gebouw niet enkel op zichzelf staat, maar een sterke band heeft met de omliggende gebouwen, en zeker met de kantoren van Embuild, is er gekozen om een fysieke verbinding tussen beide gebouwen te creëren. Een rechtstreekse verbinding, vertrekkend vanuit de ontmoetingsruimte, met Embuild is hierdoor mogelijk. Deze verbinding zorgt er ook voor dat bezoekers die vanuit de parkeergarage de campus opwandelen duidelijk richting de ingang geleid worden en naar het ‘kloppend hart’ worden gezogen. Door gebruik te maken van visueel subtiele, natuurlijke elementen in de aanleg en omgeving, het zogenaamde nudging, worden bezoekers automatisch naar de centrale ontvangstruimte geleid.
Architecturale uitstraling
Het concept van gebouw als living lab komt tot uiting in de expressie van de gevel het is opgevat als een flexibel oppervlak dat voortdurend kan veranderen naarmate het gebouw evolueert. Er ontstaat een gevel van modulaire panelen die elk op zichzelf staan waarbinnen panelen naar behoefte kunnen worden gewijzigd of vervangen. De draagstructuur kan worden gedemonteerd of uitgebreid afhankelijk van de groei of krimp van het gebouw, waarbij de gevel verder wordt opgebouwd uit dezelfde type modulaire panelen. Het voordeel is dat het gebouw zijn consistente imago behoudt terwijl het tegelijkertijd aanpasbaar is aan de toekomstige behoeften van gebruikers. We vermijden een kakafonie van uitbreidingen en creëren een uniform gebouw, ongeacht in welke groei- of krimpfase het zich bevindt.
Standaardisatie
De gestandaardiseerde afmetingen van de invulpanelen (modulemaat 120cm) maken een efficiënt materiaalgebruik mogelijk. Ze worden zo veel mogelijk geprefabriceerd en zijn snel te installeren, waardoor de bouwtijd en de verspilling van materialen worden geminimaliseerd. Bovendien zorgen de droge aansluitingen ervoor dat de levensduur groter is dan hun toepassing in het gebouw en is het ontwerp zo circulair mogelijk, waardoor tevens de waarde van de materialen behouden blijft.
Het gevelsysteem kan met diverse materialen worden gevuld en kan worden ingezet als een experimentele proeftuin.
Gevelvulling
Voor de bouwcampus is er gekozen voor een eenvoudig en beperkt materialenpalet, om een serene doch robuuste en tijdloze uitstraling te geven, die past bij het rationele karakter van het gebouw en de structuur waaruit het is opgebouwd. Geprofileerde staalplaten in een brons-bruine kleur geven diepte aan de gesloten vlakken, terwijl de zwarte aluminium kaderelementen de gridstructuur benadrukken en het gebouw een luxueus gevoel geven. Gecombineerd met het zwarte aluminium buitenschrijnwerk zorgt dit ervoor dat vooral de structuur en indeling van de gevel naar voren komt, wat ervoor zorgt dat het gebouw straalt in haar eenvoud. Op de begane grond ontstaat een groene plint die opgaat in de natuurlijke omgeving, waardoor het gebouw als het ware lijkt te zweven en er een luchtigheid ontstaat, die wordt versterkt door de vliesgevel die het plein en de ontmoetingsruimte binnen een continuïteit geeft.
Flexibel en duurzaam / Circulair
Door de twee kernen op de kopse zijde van het gebouw te plaatsen ontstaat er een grote flexibiliteit naar gebruik toe. Het biedt de mogelijkheid voor bijvoorbeeld een niveau van de optopping waarbij er gekozen wordt om de centrale vide niet verder door te trekken, of een herbestemming waarbij deze eenvoudig weggewerkt wordt door het met CLT-vloerpanelen te dichten. Een ruime kantoorverdieping, naar keuze met individuele kantoren of een landschapskantoor, verschillende klaslokalen gekoppeld aan een open leercentrum of zelfs studentenhuisvesting of studio’s behoren tot de mogelijkheden. In de laatste twee gevallen is er gewerkt met een centrale gang die beide kernen verbindt en zo de verticale circulatie eenvoudig bereikbaar maakt. Indien het programma van een eventuele herbestemming of uitbreiding het toelaat kan er ook voor gekozen worden om de vide te behouden, door te trekken of zelfs uit te breiden. De structuur en de flexibiliteit van de gevel verzekerd dat het gebouw robuust en toekomstbestendig is.
Mogelijke toekomstscenario’s:
groeimogelijkheden
Het ontwerp voor het basisvolume biedt ruimte om te groeien naargelang de noden. Er kan zo horizontaal uitgebreid worden indien er nood is aan bijkomende grondgebonden functies, zoals bijvoorbeeld een vergroting van het AC3 of andere labo's, of verticaal indien er meer kantoor- of andere ruimte gevraagd wordt.
Het gebouw is van in het begin zo opgevat dat het kan groeien zowel in de hoogte als in de breedte, telkens op basis van de module-/gridmaat, rondom de twee voorziene kernen die mee opgetrokken kunnen worden bij een optopping, of als aansluitpunt dienen voor een horizontale uitbreiding.
Zoals reeds aangehaald ligt centraal op de campus de ontmoetingsruimte. Deze dubbelhoge ruimte wordt omringd door polyvalente ruimtes, biedt plaats aan verschillende gemeenschappelijke ruimtes zoals een pauzeruimte, informele werkplekken, onthaal etc. Hoger in het gebouw bevinden zich werkruimtes, kantoren, ... met een meer privaat of semi-publiek karakter. Dit alles is gedaan om grotendeels 'onbenutte' ruimte te delen en dus in te zetten op een maximaal efficiënt ruimtegebruik.
Door het delen van ruimtes als het onthaal, cafetaria, omkleedruimtes, polyvalente zalen en vergaderruimtes en door deze fysiek te verbinden met Embuild en te plaatsen in de nabijheid van de andere bestaande gebouwen kan de campus functioneren als één groot geheel, in plaats van als verschillende losse entiteiten.
Bij een verdere groei bestaat hier dan ook nog de mogelijkheid om horizontaal rondom de ontmoetingsruimte en de gedeelde functies uit te breiden om een zo maximaal in te zetten op haar functie als hart van de campus. De eerste suggestie daartoe wordt al gemaakt door de modulaire uitbreiding van het labo en de aanzet van de uitbreidingen op en rondom het evenementenplein.
De optopping in de hoogte kan ook modulair worden uitgebreid. De interne relatie wordt daarbij gelegd door de kernen te verhogen en dan te groeien vanaf de kern. We streven ernaar om interne verticale relaties zichtbaar te maken en de trappenkernen te ontwerpen als een ruimte en niet louter als een ‘verstopte brandweertrap’. Zodoende wordt een visuele link gemaakt en worden mensen aangezet om de trap te nemen in plaats van de lift. De lift wordt vanaf de basis ontworpen om 3 verdiepen hoger te gaan, door een simpele uitbreiding op het as-a-service contract voorzien we een stop hoger.
Het demontabele en herbruikbare dak wordt als het ware opgehoffen en teruggelegd zodat een nieuwe ‘identieke’ relatie wordt gelegd met de optopping als in het basivolume.
Door onze modulaire aanpak van kleine granulometrie kunnen ook vloerelementen worden weggelaten en kunnen interne verbindingen worden gecreëerd tussen verdiepingen onderling (vides). Het gebouw kan eveneens op dezelfde manier als het ‘groeit’ ook krimpen.
duurzaamheid en circulariteit - passieve maatregelen:
daglicht
Daglicht binnenhalen doorheen heel het gebouw is belangrijk omwille van de menselijke ervaring en zorgt ervoor dat er minder artificieel licht voorzien moet worden, wat ervoor zorgt dat het energieverbruik daalt. Het constructief grid is niet enkel gekozen omwille van zijn efficiënt materiaalgebruik en flexibel ruimtegebruik. De gridmaat van 9m zorgt er ook voor dat centraal in het gebouw nog steeds daglicht toetreedt zonder gebruik te moeten maken van vides, lichtschachten of andere kostelijke en ingrijpende oplossingen. In de ontmoetingsruimte, de vide, en de daarrond georiënteerde ruimtes zoals de polyvalente ruimtes, de aula, de (semi-) publieke zones met werkplekken, is er gezocht naar een maximale transparantie intern die ervoor zorgt dat het licht via de grote glaspartij diep binnen dringt en het gebouw op alle niveaus maximaal van natuurlijk licht voorziet. Omdat we hier echter met een zuid-westelijke oriëntatie zitten is ervoor geopteerd om de vliesgevel te voorzien van glas met ingebouwde zonnecellen. Deze zorgen voor een ‘natuurlijke’ zonnewering die bijdraagt aan de energieneutrale doelstellingen door vooral in de zomermaanden, wanneer de nood aan actieve koeling het hoogste is, het licht te filteren en tegelijkertijd aan de energievraag tegemoet te komen. Omwille van deze dubbele werking is gekozen voor deze oplossing in plaats van een ‘meer’ passieve oplossing als verticale/horizontale vinnen als zonnewering.
oriëntatie
De oriëntatie van het gebouw, met de korte gevel naar het zuiden, zorgt ervoor dat in de zomer het opwarmend effect van de zon beperkt wordt. Door ook te werken met de gesloten kernen op de kopse gevels wordt hier extra op ingespeeld en wordt opwarming voorkomen om de koelbehoefte te beperken. De kern aan de noordzijde, en belangrijker, aan de kant van de Universiteitslaan, help dan weer met het beperken van de geluidsoverlast van het verkeer op de Universiteitslaan. De langsgevels, die naar behoefte voorzien kunnen worden van transparante delen, halen gedurende de hele dag zo veel mogelijk licht binnen om een aangename werkomgeving te creëren. Bijkomend zorgen deze ervoor dat bij een lage zonnestand, in de herfst en winter, er toch nog voldoende zonlicht binnen kan vallen. Dit heeft als voordeel dat de zonnewinsten in de koudere periodes ook bijdragen aan het beperken van de warmte-behoefte. De publieke buitenruimtes situeren zich ook voornamelijk aan deze langsgevels, waardoor er een zicht is op een levendig binnengebied en de omringende natuur, waarvan de aanwezigheid een positief effect heeft op de gezondheid en de gemoedstoestand van de medewerkers en studenten. Het water in het binnengebied helpt dan weer met het reflecteren van extra daglicht naar binnen en heeft samen met het aanwezige groen een koelend effect op de omgeving, wat vooral in de zomer zal bijdragen aan een aangenamer klimaat rond, maar ook in het gebouw en verder de koelbehoefte helpt te verminderen.
zonwering
De beglaasde vliesgevel is van belang om een transparant gebouw te bekomen op openbaar niveau en helpt om van de ontmoetingsruimte het hart van de gehele campus te maken. Dit heeft natuurlijk als gevolg dat er, zeker in de zomer, een aanzienlijke opwarming van de ruimte kan ontstaan. Door hier te werken met in het glas ingebouwde PV-panelen combineren we zonnewering met hernieuwbare energie-opwekking. Op deze manier kunnen we zo veel mogelijk licht binnenhalen zonder overmatige opwarming. Dit glas met PV-panelen wordt enkel toegepast vanaf niveau +1 in de vide, wat ervoor zorgt dat bij een lagere zonnestand het licht nog steeds tot binnen in het gebouw dringt. Op deze manier wordt in de winter, wanneer het wenselijk is, de zonnewinst gemaximaliseerd en daalt de energiebehoefte. Op de kantoorniveaus wordt er gezocht naar een optimale verhouding tussen transparante en opake gevelelementen, om de daglichttoetreding te maximaliseren en tegelijk de (ongewenste) zonnewinsten in de zomer te beperken. Op de zuid- en zuidwest-gevel worden er screens voorzien die helpen om, wanneer nodig, de zon buiten te houden.